Op elk zakje zaden zit een QR-code. Deze kun je scannen. Vervolgens krijg je gepersonaliseerde zaai-instructies. We houden rekening met je locatie en het weer.
|
Houdbaarheid
|
mar. 2028
|
|
Kwaliteit
|
|
|
Hoogte
|
30 - 80 cm
|
|
Niveau
|
Moeilijkheidsgraad Gewone margriet BIO: beginnerZaden kiemen betrouwbaar zonder speciale behandeling; oppervlakkig zaaien (lichtkiemer), gelijkmatige vochtigheid en onkruidvrij houden is meestal voldoende. Koudeprikkel kan helpen maar is niet noodzakelijk. |
|
Kiemtijd
|
21 dagen
|
|
Zonlicht
|
volledige zon
halfschaduw
|
|
Kleur
|
wit
geel
|
|
Grondtype
|
zand
klei
lemig
leem
kalk
grind
|
|
Zaaiperiode
|
Maart
April
Mei
Augustus
September
Oktober
|
|
Bloeiperiode
|
Mei
Juni
Juli
Augustus
|
|
Vochtbehoefte
|
droog
vochtig
|
|
Levensduur
|
vast
|
|
Bladtype
|
bladverliezend
enkelvoudig
|
|
Geschikt voor plaats
|
tuin
balkon
berm of veldrand
natuurlijke tuin
|
|
Groeitypes
|
borders
alleenstaande planten
groepsbeplanting
potten
|
|
Giftig
|
Giftigheid Gewone margriet BIOMild giftig, vooral voor huisdieren en vee: onderdelen van de plant bevatten o.a. sesquiterpeenlactonen die bij honden, katten en grazers kwijlen, braken, diarree en soms huidirritatie kunnen geven bij contact of opname. Voor mensen in het algemeen niet ernstig giftig; jonge delen zijn zelfs culinair gebruikt, maar kunnen bitter zijn en bij gevoeligen maagklachten of contactdermatitis veroorzaken. Laat dieren niet aan de planten knabbelen en draag handschoenen bij gevoelige huid. |
Zaai binnen van maart tot april bij 15–20 °C, of direct buiten van april–juni. Najaarzaai (augustus–september) op een kweekbed kan ook; de zaailingen overwinteren als rozet en bloeien het volgende jaar. Zaad is lichtkiemer: zaai oppervlakkig, slechts heel dun afdekken (1–2 mm) of alleen aandrukken. Houd de grond vochtig maar niet nat. Kiemtijd 14–21 dagen. Verspeen zodra ze hanteerbaar zijn en plant uit na de laatste nachtvorst op 30–40 cm afstand.
Volle zon geeft de beste bloei; lichte halfschaduw wordt verdragen. Groeit op normale tot arme, goed doorlatende grond; liefst neutraal tot kalkrijk (pH circa 6,0–7,5). Te voedzame grond geeft slappe, omvallende planten. Hoogte doorgaans 30–60 cm.
Geef regelmatig water tot de planten goed zijn aangeslagen; daarna redelijk droogtetolerant. Voed niet of heel spaarzaam: een dunne laag compost in het voorjaar volstaat. Vermijd stikstofrijke mest. Mulch kan helpen tegen uitdroging, maar houd de kroon vrij.
Bloeit meestal van mei tot augustus. Verwijder uitgebloeide bloemen om doorbloei te stimuleren en zelfuitzaai te beperken. Wil je natuurlijke uitzaai in een bloemenweide, laat een deel uitbloeien en zaad zetten. Knip in de nazomer of late herfst de stengels terug tot net boven de rozet. De plant is volledig winterhard.
Vermeerderen kan door zaaien of delen van polletjes in voorjaar of herfst (verjongt elke 2–3 jaar). Jonge planten kunnen last hebben van slakken; controleer en bescherm waar nodig. Soms treedt bladluis of meeldauw op bij droogte en dichte stand; verbeter luchtcirculatie, geef water aan de voet en verwijder aangetaste delen. Op winderige plekken kan lichte steun nodig zijn.